
------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Wat gebeurd er met WESAK?
zie voor 2026: Lucis Trust- 2 filmpjes met uitleg:
Dit is een onderdeel van de tekst overgenomen uit de brochure “Het WESAKFEEST”.
In sommige delen van India wordt sedert eeuwen het Wesak Feest beschouwd als een algemene Feestdag. Het is een dag van hereniging, van bedevaart en van vreugdevolle verwachting. Het is een heilige dag. Natuurlijk is het waar, dat de innerlijke betekenis van deze dag slechts door een handjevol geestelijk ingestelden begrepen wordt en dat de grote meerderheid niets afweet van en geen belangstelling heeft voor de mogelijke betekenis ervan is ook waar. Doch hetzelfde zou kunnen worden gezegd van elk der grote Christelijke feesten. Voor sommigen zijn ze symbolen van grote geestelijke waarheden; voor anderen zijn ze eenvoudig een vrije dag of een dag om geschenken te geven of om elkaar te bezoeken. Doch van de werkelijke geestelijke kracht, die dan op aarde wordt vrijgegeven, van de werkelijke betekenis van deze “dagen van Genade”, zoals Goede Vrijdag, waarop de Godheid de mensheid te hulp komt, weten zij betrekkelijk niets. Met de innerlijk en ware verhoudingen houden zij in het geheel geen rekening. En zo is het ook met het Wesak Feest.
Er is evenwel één ding, in verband met dit Feest dat het van vele andere onderscheidt en het apart stelt. Al onze Christelijke Feesten worden gevierd om gebeurtenissen uit het verleden te herdenken, gebeurtenissen die eeuwen geleden plaatsvonden; of het zijn herdenkingen voor de een of andere grote Discipel van de Christus, die in het verleden de mensheid diende, zoals Hij dat deed. Het Wesak Feest is een feest van erkenning van een huidig gebeuren. Het vindt plaats( naar het geloof van hen die het vieren) op het tijdstip waarop een groots en hemels gebeuren plaats vindt en heeft voor hen die eraan deelnemen het karakter van een ceremonie. Dit hemelse gebeuren heeft jaarlijks plaats ten tijde van de Volle Maan in Stier (Taurus) in Mei en bij deze gebeurtenis wordt (overeenkomstig de mate van ’s mensen smeekbede) de zege van God Zelf, overgebracht door de Boeddha en Zijn Broeder de Christus, op Aarde vrijgelaten.
Deze gebeurtenis echter kan en doet haar uitwerking gevoelen in stoffelijke openbaring en heeft zijn stoffelijke tegenhanger. Parallel met de subjectieve en geestelijke ceremonie heeft er gelijktijdig een gebeurtenis van belang plaats in een kleine vallei in Tibet, in de Himalaya’s. Het is daar, dat de aardse ceremonie van zegening verondersteld wordt plaats te vinden, de vele mensen uit die omgeving komen naar die vallei, als pelgrims naar het licht. Daar wordt ten tijde van de Volle Maan een plechtig ritueel opgevoerd, dat even duidelijk waargenomen en gehoord kan worden als iedere ceremonie in één onzer grote kathedralen.
Een zeer belangwekkend verschijnsel met betrekking tot dit Feest en zijn ceremoniële handeling in Tibet, ligt in het feit dat vele orthodoxe Christenen, die het in elk opzicht zouden versmaden om met het Boeddhistisch of Hindoe geloof verbonden te zijn, getuigen van deze plechtigheid zijn in hun droomleven. In de tijd, dat ik als orthodox lid van de Kerk van Engeland en als evangeliste werkte en voor mij het Boeddhisme slechts een “heidense” godsdienst was en (zo groot was mijn onwetendheid) de Boeddha slechts één der vele 'heidense' afgoden, droomde ik tot tweemaal toe – met tussenpoos van zeven jaar – dat ik deelnam aan een vreemde ceremonie en een ongewoon gebeuren. De voorvallen, waarvan ik getuige was, waren helder en levendig en de details beide keren zo volkomen identiek, dat het onmogelijk was deze droom van mij af te schuiven als een pure fantasie of en deze eenvoudig te beschouwen als het gewone soort droomverschijnsel. Het was twintig jaar later, toen ik een beschrijving las van het Wesak Feest, dat ik ontdekte wat het was dat ik gezien had. Mijn droom wees klaarblijkelijk op een werkelijk gebeuren. Verscheidene malen heb ik mensen ontmoet, die hetzelfde gedroomd hebben en zich afvroegen, wat het wel kon zijn dat zij aanschouwd hadden. Wanneer een droom zo volkomen gelijk schijnt te zijn, zoals het door verschillende mensen over de gehele wereld wordt beschreven en wanneer de details van die droom onveranderlijk dezelfde blijven, en wanneer dan blijkt dat de droom gebaseerd is op een bepaald ceremonieel, dat inderdaad op dat ogenblik plaatsvond, dan is er zeker voor een grondig onderzoek, voor het ontstaan van werkelijke belangstelling en misschien voor het bewijs van een werkelijk feit.
De droom, de legende, het feit kan als volgt worden beschreven:
Er is een vallei, die op vrij grote hoogte ligt in de uitlopers van de Himalaya-Tibet bergketen. Rondom is zij door hoge bergen omringd, uitgezonderd aan de noord-oostzijde, waar in de bergketen een nauwe opening is. De vallei heeft derhalve de vorm van een fles, met de hals van de fles naar het noord-oosten en tamelijk wijd uitlopend aan de zuidzijde. Aan het noordelijke einde, dicht bij de hals van de fles, vindt men een grote platte rots. Er zijn geen bomen of struiken in de vallei die begroeid is met een soort grof gras, doch de berghellingen zijn geheel begroeid met bomen.
Ten tijde van de Volle Maan in Mei beginnen bedevaartgangers uit alle omringende streken daar samen te stromen. De heilige mannen en lama’s vinden hun weg naar de vallei en vullen het zuidelijke en middengedeelte, terwijl ze het noord-oostelijke deel betrekkelijk vrijlaten. Daar, zo zegt de legende, verzamelt zich een groep van die Grote Wezens, die de Bewaarders op Aarde zijn van Gods Plan voor onze planeet en voor de mensheid.
Hoe wij deze Wezens noemen doet niet zoveel ter zake. De Christenen mogen er de voorkeur aan geven om te spreken van Christus en Zijn Kerk en Hen beschouwen als de Grote Wolk van Getuigen, Die de mensheid de uiteindelijke verlossing waarborgen. De esoterici der wereld moge Hen de Meesters van Wijsheid noemen, de Planetaire Hiërarchie, Die in Haar diverse graden geleid en onderricht worden door de Christus, de Meester van alle Meesters en de Leraar zowel van Engelen als van mensen. O wij kunnen Hen de Rishis der Hindoe Geschriften noemen of de Gemeenschap van Verlichte Denkvermogens, zoals in de leringen van de Tibetaan.
Zij zijn de grote Intuïtieven en de Grote Broeders van onze meer moderne wijze van voorstelling en Zij zijn het aggregaat der volmaakte mensheid, die in Christus ‘ voetstappen zijn getreden en voor ons tot achter de sluier zijn doorgedrongen, ons een voorbeeld stellend om te doen zoals Zij hebben gedaan. Zij, met Hun Wijsheid, Liefde en Kennis, staan als en beschermende muur om onze mensheid heen en trachten ons, stap voor stap, verder te leiden (zoals ook Zij in Hun tijd werden geleid) van duisternis naar licht, van het onwerkelijke naar het werkelijke en van de dood naar onsterfelijkheid. Deze groep van kenners der Goddelijkheid zijn de voornaamste deelnemers aan het Wesak Feest. Zij stellen zich op aan de noord-oostelijke zijde der vallei in concentrische kringen (overeenkomstig de status en de graad van Hun inwijding) en maken zich gereed voor een grote daad van dienstbetoon. Voor de rots, met het gezicht naar het noord-oosten, staan Die Wezens Die door Hun Discipelen "de Drie Grote Heren" genoemd worden. Dit zijn de Christus, Die in het midden staat; de Heer der levende vormen, de Manoe, Die aan Zijn rechterzijde staat en de Heer der Beschaving, Die aan Zijn linkerzijde staat. Deze drie met het gelaat naar de rots, waarop een grote kristallen schaal staat, gevuld met water.
Het is een interessante toelichting op deze ceremonie en haar werkelijkheid, dat allen die droomden eraan deel te hebben genomen, zich altijd wel bewust waren van de juiste plaats in het lagere gedeelte van de vallei, waar zij zelf hadden gestaan. Iemand die het mij beschreef, verteld op een tamelijke afstand van één der zijden te hebben gestaan, vlakbij een boom waaraan een paard was gebonden; anderen schenen even goed te weten waar zij hadden gestaan. Enkelen beseften, dat de plaats en de positie welke zij in de menigte toeschouwers innamen duidelijk de evolutionaire status van de deelnemer aanwees.
Achter de groepen van Meesters, adepten, ingewijden en oudere werkers in Gods Plan, vindt men de werelddiscipelen en aspiranten in hun verschillende graden en groepen (of “in het lichaam“ of “buiten het lichaam“ om de woorden van Paulus aan te halen), die in deze tijd de Nieuwe Groep van Werelddienaren vormen.
Zij, die in hun stoffelijk lichaam aanwezig zijn, hebben hun weg erheen op de gewone wijze gevonden. Anderen zijn aanwezig in hun geestelijke lichaam, en in een droomtoestand. Zou de “droom“ die zij later vertellen, niet de stoffelijke herkenning zijn van en de herinnering aan een innerlijk geestelijk gebeuren?
Naarmate het uur van volle maan nadert, daalt een stilte over de menigte – en allen zien naar het noordoosten. Bepaalde rituele bewegingen hebben plaats waarbij de groepen van de Meesters en Hun discipelen van alle rangen symbolisch plaatsen innemen en op de vlakte in het dal betekenisvolle symbolen vormen zoals de vijfpuntige ster met de Christus aan het hoogste punt staande, of een driehoek met aan de top de Christus, of een kruis of andere welbekende formaties, die allen een machtige en diepe betekenis hebben. Dit alles wordt uitgevoerd op de klank van zekere gezongen woorden en esoterisch zinnen, mantrams genoemd. De spanning in de wachtende, toeziende menigte wordt zeer groot en neemt voelbaar toe. Door de gehele menigte schijnt een stimulering of een machtige trilling te worden gevoeld, die als uitwerking heeft, de zielen der aanwezigen tot ontwaken te brengen, waardoor de gehele groep tot één geheel wordt samengesmolten en vermengd, en allen daarbij opheft tot een grote daad van een geestelijke bede, bereidheid en verwachting. Het is de climax van de aspiratie der wereld, die in deze wachtende groep is samengetrokken. De drie woorden: bede, bereidheid en verwachting, beschrijven het best de atmosfeer die hen, die in deze verborgen vallei aanwezig zijn, omringt.
Het gezang en het ritmische bewegen worden sterker en alle deelnemers en de toeziende menigte heffen hun blik naar de hemel in de richting van het nauwe deel der vallei. Enkele minuten vóór het juiste tijdstip van volle maan wordt in de verte een kleine stip aan de hemel zichtbaar. Deze komt nader en nader en neemt in helderheid en duidelijkheid toe, totdat men de vorm van de Boeddha waarneemt, gezeten in de Boeddha houding met gekruiste benen, gekleed in Zijn saffraankleurig gewaad, badend in licht en kleur, Zijn hand tot zegening geheven. Wanneer Hij op het punt komt, precies boven de grote rots, in de lucht zwevend boven de hoofden der Drie Grote Heren, wordt een grote mantram, die slechts eens per jaar ten tijde van het Feest gebruikt wordt, door de Christus aangeheven en de gehele menigte valt met het aangezicht ter aarde. Deze Aanroep wekt een grote trilling of gedachtestroom op, die zo machtig is, dat zij van de groep aspiranten, discipelen en ingewijden die haar gebruiken, rechtstreeks tot God opstijgt. Dit kenmerkt het verheven moment van intensief geestelijk streven gedurende het hele jaar en de geestelijke belevendiging van de mensheid en de geestelijke gevolgen blijven doorwerken gedurende de volgende maanden. De uitwerking van deze Grote Aanroep is universeel of kosmisch en dient om ons te verbinden met dat kosmische centrum van geestelijke kracht, vanwaar alle geschapen wezens zijn gekomen. Deze zegening wordt uitgestort, en aan de Christus – als Vertegenwoordiger der Mensheid – ter verdeling toevertrouwd.
Aldus, komt, volgens de legende, de Boeddha eens per jaar terug om de wereld te zegenen en door middel van de Christus vernieuwd geestelijk leven over te brengen. Dan trekt de Boeddha zich langzaam in de verte terug, tot opnieuw slechts een flauwe stip kan worden waargenomen aan de hemel en tenslotte verdwijnt. De gehele ceremoniële zegening vanaf het eerste verschijnen tot aan het tijdstip dat de Boeddha voor de mensheid (want Hij komt slechts terug ten koste van grote offers), is voorbij en Hij keert weer terug naar die hoge plaats, war Hij werkt en wacht. Jaar na jaar komt Hij terug om te zegenen, jaar na jaar, heeft dezelfde ceremonie plaats. Jaar na jaar werken Hij en Zijn Grote Broeder – de Christus – ten nauwste samen voor het geestelijke welzijn van de mensheid. In deze twee Grote Zonen Gods zijn twee aspecten van Goddelijk Leven samengetrokken en Zij werken als Bewaarders van de hoogste geestelijke kracht, waarop onze mensheid weerklank kan geven. Door de Boeddha wordt de Wijsheid Gods uitgestort. Door de Christus wordt de Liefde Gods aan de mensheid geopenbaard, en het is deze Wijsheid en deze Liefde, die bij iedere Volle Maan van Mei over de gehele mensheid wordt uitgestort.
Zo luidt het oude verhaal en aldus is de legende van deze populaire geestdag in het Oosten. Dit is de werkelijkheid, als wij het durven geloven en een denkvermogen bezitten, open genoeg om deze mogelijkheid te erkennen. Voor het Westen is het een vrij nieuwe begrip, dat om herziening van enkele onzer geliefde geloofsvoorstellingen vraagt. Doch eenmaal gevat en begrepen zal er in ons bewustzijn een nieuw visioen oprijzen en de mogelijkheid voor het ras om HEDEN bewust een nieuwe bron en een nieuw centrum van geestelijke kracht aan te boren.
Voor sommige nu levende mensen vertegenwoordigt dit Feest zeer bepaalde en welomlijnde denkbeelden en een grote gelegenheid die geboden wordt. De denkbeelden die het vertegenwoordigt, kunnen als volgt worden opgesomd:
Ten eerste verbindt dit Feest het verleden met het heden op een wijze, zoals door geen ander Feest dat men met een der grote wereldgodsdiensten te maken heeft, ooit is gedaan. Het vertegenwoordigt een levende waarheid en een zich thans voordoende gelegenheid.
In Hun gezamenlijke dienst aan de mensheid brengen de Boeddha en de Christus deze verbinding tot stand. Zij doen het Oosten en Het Westen in elkaar opgaan en verenigen tot één geheel de Christelijke traditie, het Boeddhistische en Hindoe geloof en de aspiratie van alle geloven in de huidige wereld, zowel orthodox als niet-orthodox. Godsdienstig onderscheidt verdwijnt.
Ten tweede kenmerkt dit Feest het hoogtepunt van geestelijke zegening in de wereld. Het is een tijdstip van ongewone instroming van leven en geestelijke opwekking en dient om de aspiratie der gehele mensheid te belevendigen.
Ten derde wordt er – ten tijde van het Feest en door de vereende poging van de Christus en de Boeddha, Die ten nauwste samen werken – een verbindingskanaal geopend tussen de mensheid en God, waardoor de liefde en de wijsheid van God Zelf naar een wachtende en behoeftige wereld kan toestromen. Symbolisch gesproken, en met in gedachten dat symbolen altijd een waarheid verbergen, zou men kunnen zeggen, dat het is, alsof er bij volle maan een deur die anders gesloten is, plotseling wijd geopend wordt. Door die deur kunnen aspiranten en discipelen met krachten in aanraking komen, die anders niet gemakkelijk beschikbaar zijn. Door die deur kan men Hen Die het ras leiden, benaderen en tot waarheid en werkelijkheid komen op een wijze, die anders niet mogelijk is. Hieraan kan ieder die aan één der zijden van de deur staat, deel hebben, en dit zal in toenemende mate het geval zijn. Ten tijde van de Volle Maan in Mei is het of een deur “naar de Hemel” wordt geopend (nog steeds symbolisch gesproken), opdat dan contact kan worden gemaakt met die nog grotere Levens Die voor onze planetaire Hiërarchie zijn, wat de Hiërarchie voor de mensheid is. Wanneer dit eenmaal erkend wordt, zal het mogelijk zijn een wetenschap van benadering tot de diepere waarheden en krachten des levens te ontwikkelen, die alsnog achter een sluier verborgen zijn. Dit zal in het Nieuwe Tijdperk worden onthuld. Het maakt deel uit van de ware naar voren tredende techniek van het Pad en van geestelijke vooruitgang.
Nogmaals, op dit tijdstip worden grote uitbreidingen van bewustzijn mogelijk, die op andere tijden niet mogelijk zijn. Overal kunnen discipelen en ingewijden geholpen en geestelijk gestimuleerd worden om die grote stappen te doen die wij inwijding noemen, en die de mens in staat stelt een weinig dieper en bewuster in de mysteriën van het Koninkrijk Gods door te dringen. Zij openbare hem nog duidelijker het wonder van zijn eigen goddelijkheid, de schoonheid van het goddelijke in ieder mens en een deel van het Plan, waarmee de mensheid zich in overeenstemming brengt en waarmede hij kan samenwerken.
Om op het gebeuren in de Himalaya terug te komen:
Wanneer de Boeddha weer is verdwenen, staat de menigte op; het water in de schaal wordt in kleine porties onder Meesters, de ingewijden en de discipelen verdeeld en daarop gaan Zij weer terug naar hun plaats van dienst. De menigte, die kleine bekers en watervaatjes heeft meegebracht, drinkt ervan en verdeelt het onderling. In deze mooie “ceremonie van water-communie”zien wij voor ons symbolisch bewaard, een aanwijzing van het Nieuwe Tijdperk waarin wij ons nu bevinden, Het Aquarius Tijdperk, het Tijdperk van de Waterdrager. Het is het tijdperk van de “mens die een kruik water draagt “, zoals Christus zeide in die episode, die aan het Avondmaal dat Hij instelde, voorafging. In deze ceremonie wordt ons het verhaal bestendigd van de Universaliteit van Gids Liefde, de noodzaak van onze individuele loutering en de gelegenheid om dat wat allen toebehoort, met elkaar te delen. Het water, dat door de aanwezigheid van de Boeddha en de Christus is gemagnetiseerd, bevat bepaalde eigenschappen en krachten van genezende en helpende aard.
Na op deze wijze te zijn gezegend, gaat de menigte stil uiteen, de Meesters en de discipelen keren met vernieuwde kracht terug, om een nieuw jaar van werelddienst op zich te nemen.
Heden vindt deze legende, of dit relaas van een waar en belangrijk geestelijk gebeuren langzaam zijn weg naar het Westen. Daar wekt het erkenning, nieuwsgierigheid, verwondering of leidt tot onderzoek bij velen. Sommige Westerse aspiranten menen dat thans de tijd gekomen is, dat Oost en West geestelijk kunnen samenkomen in één groot Feest en in één Ziele-gemeenschap. In vereniging met elkaar en onder leiding van de Boeddha, Die kwam om licht te brengen aan het Oosten, en van de Christus, Die kwam om licht te brengen in het Westen, kunnen zij een dusdanige zegen en geestelijke openbaring vragen en oproepen, dat de nabije toekomst zou kunnen demonstreren wat zo pijnlijk ontbeerd wordt: “Vrede op aarde en goede wil jegens de mensen”. Aldus kunnen wij een tijdperk inluiden van broederschap en begrijpen, dat ieder in staat zal stellen meer tijd te vinden om, zonder vrees, God voor zichzelf te vinden.
Het Wesak Feest is dus, vanuit het standpunt van geestelijke waarheden gezien, de grootste gebeurtenis op onze planeet, en een gebeurtenis die de grootste uitwerking heeft op het menselijke ras. De invloed van dit Feest is er altijd geweest, doch aan de meerderheid niet bekend. Thans moet de invloed van dit Feest worden erkend en bewust worden benut. Ieder groep van dienaren in de wereld, die bewust met de planetaire Hiërarchie meewerkt, doet dit uiteindelijk onder bepaalde wetten en door het gebruik van bepaalde machtswoorden en van zekere grote aanroepen. Het is op deze wijze dat zij de gevraagde bepaalde resultaten teweeg brengen. Door het gezamenlijke ritme van bepaalde groepen en hun uitgesproken aanroepen, kunnen grote Levens en Intelligenties, nadat zij hebben geleerd om hun persoonlijkheid in éénlijnigheid te brengen en contact te maken met hun eigen ziel. Deze groepen kunnen een verbinding tot stand brengen met de subjectieve wereld van Intelligenties door middel van twee brandpunten. Eén brandpunt de Boeddha, vertegenwoordigt de overschaduwende wereld van subjectieve geestelijke werkelijkheden en het andere brandpunt, de Christus, handelt als de Vertegenwoordiger van de wereld van aspirerende menselijke wezens. Dit feit is voor ons gesymboliseerd in ons kerkritueel, waar de priester als brandpunt fungeert. Hier is evenwel een belangrijk verschilpunt: de priesters zullen in deze grote en toekomstige “ceremoniën van contact” geen afgescheiden groep mensen zijn. Het enige wat nodig is, zal de bekwaamheid zijn om zichzelf in éénlijnigheid te brengen en in verbinding te zijn met de ziel en aldus in staat te zijn met alle andere zielen samen te werken.
Tenslotte kan nog gezegd worden, dat op een bepaalde tijd van het jaar de Loge van Meesters bijeenkomt. Deze loge is slechts een andere benaming voor die schare van toegewijde discipelen en werkers die de Christenen “Christus en Zijn Kerk” noemen. In deze periode, die samenvalt met de Volle Maan in Mei en het Wesak Feest, komt de Loge zeer bepaald voor drie doeleinden bijeen:
Om in aanraking te komen met de geestelijke kracht die naar onze planeet wordt overgebracht van de Boeddha en de Christus,
Om met elkaar te overleggen over de directe behoefte en het werk dat gedaan moet worden voor de mensheid,
En om hen, die ervoor gereed zijn, tot inwijding toe te laten, en Hun discipelen te stimuleren tot groter werkzaamheid en dienstbetoon.
--------------------------------------
Dit is een onderdeel van de tekst overgenomen uit de brochure “Het WESAKFEEST”.
In sommige delen van India wordt sedert eeuwen het Wesak Feest beschouwd als een algemene Feestdag. Het is een dag van hereniging, van bedevaart en van vreugdevolle verwachting. Het is een heilige dag. Natuurlijk is het waar, dat de innerlijke betekenis van deze dag slechts door een handjevol geestelijk ingestelden begrepen wordt en dat de grote meerderheid niets afweet van en geen belangstelling heeft voor de mogelijke betekenis ervan is ook waar. Doch hetzelfde zou kunnen worden gezegd van elk der grote Christelijke feesten. Voor sommigen zijn ze symbolen van grote geestelijke waarheden; voor anderen zijn ze eenvoudig een vrije dag of een dag om geschenken te geven of om elkaar te bezoeken. Doch van de werkelijke geestelijke kracht, die dan op aarde wordt vrijgegeven, van de werkelijke betekenis van deze “dagen van Genade”, zoals Goede Vrijdag, waarop de Godheid de mensheid te hulp komt, weten zij betrekkelijk niets. Met de innerlijk en ware verhoudingen houden zij in het geheel geen rekening. En zo is het ook met het Wesak Feest.
Er is evenwel één ding, in verband met dit Feest dat het van vele andere onderscheidt en het apart stelt. Al onze Christelijke Feesten worden gevierd om gebeurtenissen uit het verleden te herdenken, gebeurtenissen die eeuwen geleden plaatsvonden; of het zijn herdenkingen voor de een of andere grote Discipel van de Christus, die in het verleden de mensheid diende, zoals Hij dat deed. Het Wesak Feest is een feest van erkenning van een huidig gebeuren. Het vindt plaats( naar het geloof van hen die het vieren) op het tijdstip waarop een groots en hemels gebeuren plaats vindt en heeft voor hen die eraan deelnemen het karakter van een ceremonie. Dit hemelse gebeuren heeft jaarlijks plaats ten tijde van de Volle Maan in Stier (Taurus) in Mei en bij deze gebeurtenis wordt (overeenkomstig de mate van ’s mensen smeekbede) de zege van God Zelf, overgebracht door de Boeddha en Zijn Broeder de Christus, op Aarde vrijgelaten.
Deze gebeurtenis echter kan en doet haar uitwerking gevoelen in stoffelijke openbaring en heeft zijn stoffelijke tegenhanger. Parallel met de subjectieve en geestelijke ceremonie heeft er gelijktijdig een gebeurtenis van belang plaats in een kleine vallei in Tibet, in de Himalaya’s. Het is daar, dat de aardse ceremonie van zegening verondersteld wordt plaats te vinden, de vele mensen uit die omgeving komen naar die vallei, als pelgrims naar het licht. Daar wordt ten tijde van de Volle Maan een plechtig ritueel opgevoerd, dat even duidelijk waargenomen en gehoord kan worden als iedere ceremonie in één onzer grote kathedralen.
Een zeer belangwekkend verschijnsel met betrekking tot dit Feest en zijn ceremoniële handeling in Tibet, ligt in het feit dat vele orthodoxe Christenen, die het in elk opzicht zouden versmaden om met het Boeddhistisch of Hindoe geloof verbonden te zijn, getuigen van deze plechtigheid zijn in hun droomleven. In de tijd, dat ik als orthodox lid van de Kerk van Engeland en als evangeliste werkte en voor mij het Boeddhisme slechts een “heidense” godsdienst was en (zo groot was mijn onwetendheid) de Boeddha slechts één der vele 'heidense' afgoden, droomde ik tot tweemaal toe – met tussenpoos van zeven jaar – dat ik deelnam aan een vreemde ceremonie en een ongewoon gebeuren. De voorvallen, waarvan ik getuige was, waren helder en levendig en de details beide keren zo volkomen identiek, dat het onmogelijk was deze droom van mij af te schuiven als een pure fantasie of en deze eenvoudig te beschouwen als het gewone soort droomverschijnsel. Het was twintig jaar later, toen ik een beschrijving las van het Wesak Feest, dat ik ontdekte wat het was dat ik gezien had. Mijn droom wees klaarblijkelijk op een werkelijk gebeuren. Verscheidene malen heb ik mensen ontmoet, die hetzelfde gedroomd hebben en zich afvroegen, wat het wel kon zijn dat zij aanschouwd hadden. Wanneer een droom zo volkomen gelijk schijnt te zijn, zoals het door verschillende mensen over de gehele wereld wordt beschreven en wanneer de details van die droom onveranderlijk dezelfde blijven, en wanneer dan blijkt dat de droom gebaseerd is op een bepaald ceremonieel, dat inderdaad op dat ogenblik plaatsvond, dan is er zeker voor een grondig onderzoek, voor het ontstaan van werkelijke belangstelling en misschien voor het bewijs van een werkelijk feit.
De droom, de legende, het feit kan als volgt worden beschreven:
Er is een vallei, die op vrij grote hoogte ligt in de uitlopers van de Himalaya-Tibet bergketen. Rondom is zij door hoge bergen omringd, uitgezonderd aan de noord-oostzijde, waar in de bergketen een nauwe opening is. De vallei heeft derhalve de vorm van een fles, met de hals van de fles naar het noord-oosten en tamelijk wijd uitlopend aan de zuidzijde. Aan het noordelijke einde, dicht bij de hals van de fles, vindt men een grote platte rots. Er zijn geen bomen of struiken in de vallei die begroeid is met een soort grof gras, doch de berghellingen zijn geheel begroeid met bomen.
Ten tijde van de Volle Maan in Mei beginnen bedevaartgangers uit alle omringende streken daar samen te stromen. De heilige mannen en lama’s vinden hun weg naar de vallei en vullen het zuidelijke en middengedeelte, terwijl ze het noord-oostelijke deel betrekkelijk vrijlaten. Daar, zo zegt de legende, verzamelt zich een groep van die Grote Wezens, die de Bewaarders op Aarde zijn van Gods Plan voor onze planeet en voor de mensheid.
Hoe wij deze Wezens noemen doet niet zoveel ter zake. De Christenen mogen er de voorkeur aan geven om te spreken van Christus en Zijn Kerk en Hen beschouwen als de Grote Wolk van Getuigen, Die de mensheid de uiteindelijke verlossing waarborgen. De esoterici der wereld moge Hen de Meesters van Wijsheid noemen, de Planetaire Hiërarchie, Die in Haar diverse graden geleid en onderricht worden door de Christus, de Meester van alle Meesters en de Leraar zowel van Engelen als van mensen. O wij kunnen Hen de Rishis der Hindoe Geschriften noemen of de Gemeenschap van Verlichte Denkvermogens, zoals in de leringen van de Tibetaan.
Zij zijn de grote Intuïtieven en de Grote Broeders van onze meer moderne wijze van voorstelling en Zij zijn het aggregaat der volmaakte mensheid, die in Christus ‘ voetstappen zijn getreden en voor ons tot achter de sluier zijn doorgedrongen, ons een voorbeeld stellend om te doen zoals Zij hebben gedaan. Zij, met Hun Wijsheid, Liefde en Kennis, staan als en beschermende muur om onze mensheid heen en trachten ons, stap voor stap, verder te leiden (zoals ook Zij in Hun tijd werden geleid) van duisternis naar licht, van het onwerkelijke naar het werkelijke en van de dood naar onsterfelijkheid. Deze groep van kenners der Goddelijkheid zijn de voornaamste deelnemers aan het Wesak Feest. Zij stellen zich op aan de noord-oostelijke zijde der vallei in concentrische kringen (overeenkomstig de status en de graad van Hun inwijding) en maken zich gereed voor een grote daad van dienstbetoon. Voor de rots, met het gezicht naar het noord-oosten, staan Die Wezens Die door Hun Discipelen "de Drie Grote Heren" genoemd worden. Dit zijn de Christus, Die in het midden staat; de Heer der levende vormen, de Manoe, Die aan Zijn rechterzijde staat en de Heer der Beschaving, Die aan Zijn linkerzijde staat. Deze drie met het gelaat naar de rots, waarop een grote kristallen schaal staat, gevuld met water.
Het is een interessante toelichting op deze ceremonie en haar werkelijkheid, dat allen die droomden eraan deel te hebben genomen, zich altijd wel bewust waren van de juiste plaats in het lagere gedeelte van de vallei, waar zij zelf hadden gestaan. Iemand die het mij beschreef, verteld op een tamelijke afstand van één der zijden te hebben gestaan, vlakbij een boom waaraan een paard was gebonden; anderen schenen even goed te weten waar zij hadden gestaan. Enkelen beseften, dat de plaats en de positie welke zij in de menigte toeschouwers innamen duidelijk de evolutionaire status van de deelnemer aanwees.
Achter de groepen van Meesters, adepten, ingewijden en oudere werkers in Gods Plan, vindt men de werelddiscipelen en aspiranten in hun verschillende graden en groepen (of “in het lichaam“ of “buiten het lichaam“ om de woorden van Paulus aan te halen), die in deze tijd de Nieuwe Groep van Werelddienaren vormen.
Zij, die in hun stoffelijk lichaam aanwezig zijn, hebben hun weg erheen op de gewone wijze gevonden. Anderen zijn aanwezig in hun geestelijke lichaam, en in een droomtoestand. Zou de “droom“ die zij later vertellen, niet de stoffelijke herkenning zijn van en de herinnering aan een innerlijk geestelijk gebeuren?
Naarmate het uur van volle maan nadert, daalt een stilte over de menigte – en allen zien naar het noordoosten. Bepaalde rituele bewegingen hebben plaats waarbij de groepen van de Meesters en Hun discipelen van alle rangen symbolisch plaatsen innemen en op de vlakte in het dal betekenisvolle symbolen vormen zoals de vijfpuntige ster met de Christus aan het hoogste punt staande, of een driehoek met aan de top de Christus, of een kruis of andere welbekende formaties, die allen een machtige en diepe betekenis hebben. Dit alles wordt uitgevoerd op de klank van zekere gezongen woorden en esoterisch zinnen, mantrams genoemd. De spanning in de wachtende, toeziende menigte wordt zeer groot en neemt voelbaar toe. Door de gehele menigte schijnt een stimulering of een machtige trilling te worden gevoeld, die als uitwerking heeft, de zielen der aanwezigen tot ontwaken te brengen, waardoor de gehele groep tot één geheel wordt samengesmolten en vermengd, en allen daarbij opheft tot een grote daad van een geestelijke bede, bereidheid en verwachting. Het is de climax van de aspiratie der wereld, die in deze wachtende groep is samengetrokken. De drie woorden: bede, bereidheid en verwachting, beschrijven het best de atmosfeer die hen, die in deze verborgen vallei aanwezig zijn, omringt.
Het gezang en het ritmische bewegen worden sterker en alle deelnemers en de toeziende menigte heffen hun blik naar de hemel in de richting van het nauwe deel der vallei. Enkele minuten vóór het juiste tijdstip van volle maan wordt in de verte een kleine stip aan de hemel zichtbaar. Deze komt nader en nader en neemt in helderheid en duidelijkheid toe, totdat men de vorm van de Boeddha waarneemt, gezeten in de Boeddha houding met gekruiste benen, gekleed in Zijn saffraankleurig gewaad, badend in licht en kleur, Zijn hand tot zegening geheven. Wanneer Hij op het punt komt, precies boven de grote rots, in de lucht zwevend boven de hoofden der Drie Grote Heren, wordt een grote mantram, die slechts eens per jaar ten tijde van het Feest gebruikt wordt, door de Christus aangeheven en de gehele menigte valt met het aangezicht ter aarde. Deze Aanroep wekt een grote trilling of gedachtestroom op, die zo machtig is, dat zij van de groep aspiranten, discipelen en ingewijden die haar gebruiken, rechtstreeks tot God opstijgt. Dit kenmerkt het verheven moment van intensief geestelijk streven gedurende het hele jaar en de geestelijke belevendiging van de mensheid en de geestelijke gevolgen blijven doorwerken gedurende de volgende maanden. De uitwerking van deze Grote Aanroep is universeel of kosmisch en dient om ons te verbinden met dat kosmische centrum van geestelijke kracht, vanwaar alle geschapen wezens zijn gekomen. Deze zegening wordt uitgestort, en aan de Christus – als Vertegenwoordiger der Mensheid – ter verdeling toevertrouwd.
Aldus, komt, volgens de legende, de Boeddha eens per jaar terug om de wereld te zegenen en door middel van de Christus vernieuwd geestelijk leven over te brengen. Dan trekt de Boeddha zich langzaam in de verte terug, tot opnieuw slechts een flauwe stip kan worden waargenomen aan de hemel en tenslotte verdwijnt. De gehele ceremoniële zegening vanaf het eerste verschijnen tot aan het tijdstip dat de Boeddha voor de mensheid (want Hij komt slechts terug ten koste van grote offers), is voorbij en Hij keert weer terug naar die hoge plaats, war Hij werkt en wacht. Jaar na jaar komt Hij terug om te zegenen, jaar na jaar, heeft dezelfde ceremonie plaats. Jaar na jaar werken Hij en Zijn Grote Broeder – de Christus – ten nauwste samen voor het geestelijke welzijn van de mensheid. In deze twee Grote Zonen Gods zijn twee aspecten van Goddelijk Leven samengetrokken en Zij werken als Bewaarders van de hoogste geestelijke kracht, waarop onze mensheid weerklank kan geven. Door de Boeddha wordt de Wijsheid Gods uitgestort. Door de Christus wordt de Liefde Gods aan de mensheid geopenbaard, en het is deze Wijsheid en deze Liefde, die bij iedere Volle Maan van Mei over de gehele mensheid wordt uitgestort.
Zo luidt het oude verhaal en aldus is de legende van deze populaire geestdag in het Oosten. Dit is de werkelijkheid, als wij het durven geloven en een denkvermogen bezitten, open genoeg om deze mogelijkheid te erkennen. Voor het Westen is het een vrij nieuwe begrip, dat om herziening van enkele onzer geliefde geloofsvoorstellingen vraagt. Doch eenmaal gevat en begrepen zal er in ons bewustzijn een nieuw visioen oprijzen en de mogelijkheid voor het ras om HEDEN bewust een nieuwe bron en een nieuw centrum van geestelijke kracht aan te boren.
Voor sommige nu levende mensen vertegenwoordigt dit Feest zeer bepaalde en welomlijnde denkbeelden en een grote gelegenheid die geboden wordt. De denkbeelden die het vertegenwoordigt, kunnen als volgt worden opgesomd:
Ten eerste verbindt dit Feest het verleden met het heden op een wijze, zoals door geen ander Feest dat men met een der grote wereldgodsdiensten te maken heeft, ooit is gedaan. Het vertegenwoordigt een levende waarheid en een zich thans voordoende gelegenheid.
In Hun gezamenlijke dienst aan de mensheid brengen de Boeddha en de Christus deze verbinding tot stand. Zij doen het Oosten en Het Westen in elkaar opgaan en verenigen tot één geheel de Christelijke traditie, het Boeddhistische en Hindoe geloof en de aspiratie van alle geloven in de huidige wereld, zowel orthodox als niet-orthodox. Godsdienstig onderscheidt verdwijnt.
Ten tweede kenmerkt dit Feest het hoogtepunt van geestelijke zegening in de wereld. Het is een tijdstip van ongewone instroming van leven en geestelijke opwekking en dient om de aspiratie der gehele mensheid te belevendigen.
Ten derde wordt er – ten tijde van het Feest en door de vereende poging van de Christus en de Boeddha, Die ten nauwste samen werken – een verbindingskanaal geopend tussen de mensheid en God, waardoor de liefde en de wijsheid van God Zelf naar een wachtende en behoeftige wereld kan toestromen. Symbolisch gesproken, en met in gedachten dat symbolen altijd een waarheid verbergen, zou men kunnen zeggen, dat het is, alsof er bij volle maan een deur die anders gesloten is, plotseling wijd geopend wordt. Door die deur kunnen aspiranten en discipelen met krachten in aanraking komen, die anders niet gemakkelijk beschikbaar zijn. Door die deur kan men Hen Die het ras leiden, benaderen en tot waarheid en werkelijkheid komen op een wijze, die anders niet mogelijk is. Hieraan kan ieder die aan één der zijden van de deur staat, deel hebben, en dit zal in toenemende mate het geval zijn. Ten tijde van de Volle Maan in Mei is het of een deur “naar de Hemel” wordt geopend (nog steeds symbolisch gesproken), opdat dan contact kan worden gemaakt met die nog grotere Levens Die voor onze planetaire Hiërarchie zijn, wat de Hiërarchie voor de mensheid is. Wanneer dit eenmaal erkend wordt, zal het mogelijk zijn een wetenschap van benadering tot de diepere waarheden en krachten des levens te ontwikkelen, die alsnog achter een sluier verborgen zijn. Dit zal in het Nieuwe Tijdperk worden onthuld. Het maakt deel uit van de ware naar voren tredende techniek van het Pad en van geestelijke vooruitgang.
Nogmaals, op dit tijdstip worden grote uitbreidingen van bewustzijn mogelijk, die op andere tijden niet mogelijk zijn. Overal kunnen discipelen en ingewijden geholpen en geestelijk gestimuleerd worden om die grote stappen te doen die wij inwijding noemen, en die de mens in staat stelt een weinig dieper en bewuster in de mysteriën van het Koninkrijk Gods door te dringen. Zij openbare hem nog duidelijker het wonder van zijn eigen goddelijkheid, de schoonheid van het goddelijke in ieder mens en een deel van het Plan, waarmee de mensheid zich in overeenstemming brengt en waarmede hij kan samenwerken.
Om op het gebeuren in de Himalaya terug te komen:
Wanneer de Boeddha weer is verdwenen, staat de menigte op; het water in de schaal wordt in kleine porties onder Meesters, de ingewijden en de discipelen verdeeld en daarop gaan Zij weer terug naar hun plaats van dienst. De menigte, die kleine bekers en watervaatjes heeft meegebracht, drinkt ervan en verdeelt het onderling. In deze mooie “ceremonie van water-communie”zien wij voor ons symbolisch bewaard, een aanwijzing van het Nieuwe Tijdperk waarin wij ons nu bevinden, Het Aquarius Tijdperk, het Tijdperk van de Waterdrager. Het is het tijdperk van de “mens die een kruik water draagt “, zoals Christus zeide in die episode, die aan het Avondmaal dat Hij instelde, voorafging. In deze ceremonie wordt ons het verhaal bestendigd van de Universaliteit van Gids Liefde, de noodzaak van onze individuele loutering en de gelegenheid om dat wat allen toebehoort, met elkaar te delen. Het water, dat door de aanwezigheid van de Boeddha en de Christus is gemagnetiseerd, bevat bepaalde eigenschappen en krachten van genezende en helpende aard.
Na op deze wijze te zijn gezegend, gaat de menigte stil uiteen, de Meesters en de discipelen keren met vernieuwde kracht terug, om een nieuw jaar van werelddienst op zich te nemen.
Heden vindt deze legende, of dit relaas van een waar en belangrijk geestelijk gebeuren langzaam zijn weg naar het Westen. Daar wekt het erkenning, nieuwsgierigheid, verwondering of leidt tot onderzoek bij velen. Sommige Westerse aspiranten menen dat thans de tijd gekomen is, dat Oost en West geestelijk kunnen samenkomen in één groot Feest en in één Ziele-gemeenschap. In vereniging met elkaar en onder leiding van de Boeddha, Die kwam om licht te brengen aan het Oosten, en van de Christus, Die kwam om licht te brengen in het Westen, kunnen zij een dusdanige zegen en geestelijke openbaring vragen en oproepen, dat de nabije toekomst zou kunnen demonstreren wat zo pijnlijk ontbeerd wordt: “Vrede op aarde en goede wil jegens de mensen”. Aldus kunnen wij een tijdperk inluiden van broederschap en begrijpen, dat ieder in staat zal stellen meer tijd te vinden om, zonder vrees, God voor zichzelf te vinden.
Het Wesak Feest is dus, vanuit het standpunt van geestelijke waarheden gezien, de grootste gebeurtenis op onze planeet, en een gebeurtenis die de grootste uitwerking heeft op het menselijke ras. De invloed van dit Feest is er altijd geweest, doch aan de meerderheid niet bekend. Thans moet de invloed van dit Feest worden erkend en bewust worden benut. Ieder groep van dienaren in de wereld, die bewust met de planetaire Hiërarchie meewerkt, doet dit uiteindelijk onder bepaalde wetten en door het gebruik van bepaalde machtswoorden en van zekere grote aanroepen. Het is op deze wijze dat zij de gevraagde bepaalde resultaten teweeg brengen. Door het gezamenlijke ritme van bepaalde groepen en hun uitgesproken aanroepen, kunnen grote Levens en Intelligenties, nadat zij hebben geleerd om hun persoonlijkheid in éénlijnigheid te brengen en contact te maken met hun eigen ziel. Deze groepen kunnen een verbinding tot stand brengen met de subjectieve wereld van Intelligenties door middel van twee brandpunten. Eén brandpunt de Boeddha, vertegenwoordigt de overschaduwende wereld van subjectieve geestelijke werkelijkheden en het andere brandpunt, de Christus, handelt als de Vertegenwoordiger van de wereld van aspirerende menselijke wezens. Dit feit is voor ons gesymboliseerd in ons kerkritueel, waar de priester als brandpunt fungeert. Hier is evenwel een belangrijk verschilpunt: de priesters zullen in deze grote en toekomstige “ceremoniën van contact” geen afgescheiden groep mensen zijn. Het enige wat nodig is, zal de bekwaamheid zijn om zichzelf in éénlijnigheid te brengen en in verbinding te zijn met de ziel en aldus in staat te zijn met alle andere zielen samen te werken.
Tenslotte kan nog gezegd worden, dat op een bepaalde tijd van het jaar de Loge van Meesters bijeenkomt. Deze loge is slechts een andere benaming voor die schare van toegewijde discipelen en werkers die de Christenen “Christus en Zijn Kerk” noemen. In deze periode, die samenvalt met de Volle Maan in Mei en het Wesak Feest, komt de Loge zeer bepaald voor drie doeleinden bijeen:
Om in aanraking te komen met de geestelijke kracht die naar onze planeet wordt overgebracht van de Boeddha en de Christus,
Om met elkaar te overleggen over de directe behoefte en het werk dat gedaan moet worden voor de mensheid,
En om hen, die ervoor gereed zijn, tot inwijding toe te laten, en Hun discipelen te stimuleren tot groter werkzaamheid en dienstbetoon.
--------------------------------------
